Tugeh Boma

De tugeh is een fantastisch architectonisch element uit de Balinese bouwkunst. Het is in feite een pilaar, waarop het dak van een open gebouw rust. De tugeh staat zelf vaak ook weer bovenop een grotere pilaar.

Deze zijn er in verschillende formaten. De hele grote exemplaren worden voor de grote gebouwen en paviljoens gebruikt, waarop de grote daken rusten. De kleinere exemplaren vind men met name terug in de kleinere bouwwerken. Dat deze gemaakt zouden zijn enkel als voorbeeld voor hoe de grote pilaren er uit zien of als object voor ‘toeristen’ is zeker niet waar. De kleinere exemplaren werden gebruikt om bijv. de daken van de kleine tempelgebouwen te ondersteunen, bijv. de daken waaronder een klein hokjes stond waarin heilige objecten als maskers werden bewaard.

Dit exemplaar word ook wel Tugeh Boma genoemd, naar de grote monsterkop die op de basis van de pilaar is te zien.

Deze figuur heet Boma en kenmerkt zich door zijn woest uitziende kop met grote, uitpuilende ogen, scherpe slagtanden, uitstekende tong en het ontbreken van een onderkaak.

De mate van details en complexiteit van deze Tugeh zijn uiterst indrukwekkend en maken het een topstuk: niet alleen is de Boma kop zeer gedetailleerd weergegeven, ook zijn de verdere versieringen op de basis zeer fijn gesneden, heeft de basis een mooi gesneden vorm en zien we op de basis nog andere figuren. Wat ook zeer indrukwekkend is, is dat de voor- en achterkant van elkaar verschillen. Beide vertonen een Boma kop, maar op een andere manier gesneden en met andere ornamentiek er om heen.

Boma kop

Wat deze pilaar verder zo indrukwekkend maakt, is de prachtige beschildering van de rechtopstaande balk, welke nog goed gepreserveerd is voor zijn leeftijd. We zien daarbij florale motieven en ook het bekende ‘vlammend oog’ motief, genaamd ‘Karang Bentulu’. Daarnaast zien we dat de bovenkant van deze balk ook zeer fijn en diep gesneden is in reliĆ«f met prachtige florale motieven in een raamwerk.

Karang Bentulu

De bovenkant van de Tugeh bestaat vervolgens uit 3 delen, die op de houten balk worden geschoven: de onderste basis in een vierkante vorm, rijkelijk bewerkt. Vervolgens het middelste gedeelte in een stervorm. Daarbovenop het sluitstuk dat van stervormig naar vierkant overloopt. De bovenkant van dit sluitstuk is voorzien van de bekende driehoekige Tumpal motieven, welke een veel gebruikt patroon zijn in de Balinese cultuur. We vinden deze terug op sieraden, omslagdoeken, schilderwerken, in de architectuur enz. Overal is deze terug te vinden. Dit komt door de beschermende werking die wordt toegeschreven aan dit motief.

Bovenzijde

Het onderstuk stuk is ook uiterst gedetailleerd gesneden, wat zelden zo fijn voorkomt. We zien hier namelijk op elke hoek een vogelkop, genaamd karang Curing.

Karang Curing