Oorsieraden

Bij het Balinees houtsnijwerk zijn er vaak oorsieraden te zien bij de figuren die worden uitgebeeld. Het betreft vaak belangrijke figuren die worden uitgebeeld, zoals godheden en figuren uit het Ramayana of de Mahabrata. Deze figuren zijn al eeuwenoud en zijn in de loop der eeuwen vaak voorzien van vele sieraden. Voor  vrouwen was het gebruikelijk om oorbellen te dragen, maar ook voor mannen op belangrijke dagen (en die zijn er veel op Bali).

Zoals ook nu nog, wilden mensen er op belangrijke dagen er op hun best en ‘welvarends’ uit zien, daarbij de goden als voorbeeld nemend, want dat was het allerhoogste wat er is.

Hoewel er uiteenlopende en uitzonderlijke oorsieraden werden gemaakt voor en  tijdens de Majapahit periode (1293tot ca 1500 N.Chr.), zien we bij de houten beelden afkomstig van Bali met name als oorsieraden soebengs en rumbing oorsieraden.

Soebengs

Op bovenstaande afbeelding zien we de klassieke vorm van soebengs. Deze soebengs bevinden zich in het Museum voor Volkenkunde.

Soebengs zijn grote oorbellen met een conische vorm, die uit één geheel kunnen bestaan, maar ook 2 afzonderlijke delen die tegen elkaar aan in het ‘gaatje’ van het oor werden gedragen. Zowel mannen, als vrouwen konden deze dragen, maar het was voor vrouwen veel gebruikelijker deze te dragen. We zien bij beelden dan ook vrijwel alleen vrouwen met deze soebengs in.

De soebengs konden vervaardigd zijn van allerlei materialen, maar de rijkste en belangrijkste figuren droegen soebengs van goud welke ingelegd konden zijn met edelstenen (vaak robijn), maar ook andere materialen zoals keverschilden, schildpad en ivoor (waarschijnlijk vanwege de mooie kleur en schittering). Er zijn soebengs van zilver, koper, andere metaalsoorten, maar ook van bijv. hout.

Ook de soebengs hierboven bevinden zich in het museum voor Volkenkunde en zijn rijkelijk gezet met robijnen en voorzien van filigrain goudwerk.

De vrouwen die heel weinig te besteden hadden, vaak de gewone dorpelingen, droegen soebengs van hout of van opgerolde (lonter)blad.

Op jongere leeftijd werd begonnen met dragen van soebengs die wat kleiner waren en zo werden steeds een groter formaat gedragen of werd de soebeng met eht dikkere gedeelte iets opgeschoven richting het ‘gaatje’ in het oor, om zo de oorleg op te rekken en het ‘gaatje’ groter te maken.

Tegenwoordig zien we dit óprekken’ook bij moderne oorsieraden, vaak ringen die in de oorlel worden gedragen.

De soebengs laten zich door hun strakke vormgeving en uitzonderlijke formaat geweldig lenen voor de Balinese beelden. Ze trekken de aandacht en geven het beeld vaak een mooi effect. Zeker bij de art deco beelden zijn de soebengs vaak uitvergroot en zeer aanwezig, wat een dramatisch effect geeft. Soebengs zien we echter ook terug bij alledaagse voorstellingen, bijv. van vrouwen met een ontbloot bovenlichaam, zittend op een rots.

Rumbing

Naast soebengs zien we ook vaak oorsieraden in druppel- of bladvorm. Deze oorsieraden heten rumbing.

Deze oorsieraden werden met name vervaardigd uit kostbaar materiaal, zoals goud en waren vaak ingelegd met edelstenen. Mannen droegen rumbing in hun oorlel, met het brede gedeelte naar boven. We zien deze oorsieraden dan ook enkel bij mannelijke figuren, die worden uitgebeeld in het houtsnijwerk. Opvallend is, dat rumbing in het houtsnijwerk alleen worden afgebeeld bij zeer belangrijke figuren, zoals goeden, priesters en heersers.

Ook deze oorsieraden bevinden zich in het museum voor Volkenkunde.